Door: redactie Algemeen Dagblad 
23 april 2006

De Hoop bestaat echt. Al 110 jaar is dit orkest de spil van het verenigingsleven van Stellendam, een van elk historisch schoon gespeend vissersplaatsje op Goeree-Overflakkee. Van een wegkwijnende dorpsfanfare is geen sprake: voor het derde opeenvolgende jaar mag De Hoop zich het beste fanfare-orkest van Nederland noemen. 


,,Ons archief is met de watersnoodramp van 1953 weggespoeld,’’ vertelt voorzitter Stefan Moricz. ,,Bijzonder jammer, het is een uitzonderlijke naam - er bestaat geen tweede fanfare De Hoop - en we kunnen nergens vinden waar de naam vandaan komt. Waarschijnlijk zal het met het geloof te maken hebben. Dit is een religieus gebied.’’

We bezoeken een vrijdagse repetitieavond in ’t Haegse Huus, een cadeau van ‘Den Haag’ aan de door de overstroming getroffen dorpsbevolking. Met de laatste renovatie verdween de imposante prijzenkast en het trotse vaandel uit het repetitielokaal. ,,Dat wilde de gemeente zo. ’t Haegse Huus moest een multifunctioneel gebouw zijn voor iedereen.’’

De binnendruppelende leden van het zestig koppen tellende orkest zijn opvallend jong. Hebben we hier meteen al de belangrijkste oorzaak van het succes te pakken: een voortdurende instroom van jonge, ambitieuze amateurmusici? ,,Klopt. Die zal niet snel stoppen ook,’’ zegt Moricz, ,,althans niet zo lang er sprake is van een verbintenis met de muziekschool. Wie naar de muziekschool wil, komt in het orkest en wie in het orkest wil, gaat naar de muziekschool.’’

De opmars van De Hoop begon in de jaren ’80. De jonge schoolmeester Arie Stolk wilde veel liever verder in de muziek en greep zijn kans toen De Hoop een dirigent voor het jeugdorkest vroeg. Al snel stoomde hij door naar het hoofdorkest, waar het niet echt boterde met de dirigent. In 1975 verknalde deze man een belangrijk concours door ‘de turbo erop te zetten’. ,,Bij bosjes vallen de muzikanten af en slechts enkelen halen de slotmaten’, verhaalt de eigen internetsite.

De eerste beleidsdaad van Stolk en zijn ambitieuze bestuur was het opzetten van een eigen muziekschool. Een gouden en nog nooit eerder in fanfareland vertoonde zet. Met dank aan de gemeente, want ‘in die tijd kon de subsidie nog niet op’. ,,Ik had de wind mee,’’ vindt Arie Stolk, ,,Ik heb het orkest ontwikkeld. En het orkest heeft mij ontwikkeld, want zo is het natuurlijk ook: dirigeren leer je door het veel te doen.’’

We spreken hem als hij net klaar is met de repetitie van een eindexamenwerk van de Utrechtse conservatoriumstudent Bart Soeters. Stolk: ,,We proberen alles wat mogelijk is voor amateurs, dat houdt het spannend en uitdagend. Maar het geijkte repertoire op Koninginnedag doen we ook.’’

Een goed blaasorkest komt zelden of nooit uit de grote stad. De voorzitter: ,,Grootvader speelde in de dorpsfanfare, vader speelde in de dorpsfanfare en jij speelt er dus ook in. Je doet het voor de muziek én voor de contacten. Na de repetitie drink je met elkaar gezellig een biertje. We zijn sowieso een vrij hechte gemeenschap, we kennen elkaar bijna ook allemaal uit andere verbanden. ’’

Haat en nijd? ,,Niet aanwezig,’’ reageert Stolk. ,,In de vijfentwintig jaar dat ik hier nu dirigeer, heb ik nog nooit iemand uit het orkest hoeven te zetten. Ook niet om kwalitatieve redenen. Kun je een partij niet aan, dan blaas je toch even niet mee. In een orkest van zestig man mis je het geluid van een paar blazers niet.’’ 

De voorzitter: ,,Het zijn goede, gezellige jongelui. Nooit keet. Is het anders, dan roep ik ze tot de orde. De naam van De Hoop gooi je niet te grabbel.’’ Voor altijd De Hoop? ,,Zeker weten,’’ stelt de voorzitter. ,,Het enige dat mij zorgen baart is het afromen van de gemeentelijke subsidie. Geen typisch Stellendams verschijnsel, dat gebeurt overal. Aan contributie en muziekschool zijn onze leden nu zo’n 50 euro per maand kwijt. Dat is veel voor de mensen hier. 


,,Ik kan wel eens jaloers zijn op het voetbal. Voetbalverenigingen op het hoogste amateurniveau worden van alle kanten gesponsord, terwijl wij toch ook een vorm van topsport beoefenen.’’

En daarbij, zegt hij: ,,Zonder amateur-orkesten geen beroepsorkesten. Elke professionele musicus is ooit in een amateurorkest begonnen. Dat wordt wel eens vergeten.’’

Terug naar knipels